Met het voltooien van de volgende stap in je mentat-opleiding, zul je de geA-ntegreerde communicatiemethode leren. Dit is een gestalt-functie die de gegevenskanalen in je bewustzijn zal overlappen waarbij ingewikkelde zaken en hoeveelheden gegevens, ingevoerd met de mentat index-catalogus techniek die je al onder de knie hebt, worden herleid. Aanvankelijk zal het moeilijk zijn de spanningen te doorbreken die ontstaan door de uiteenlopende verzameling van bijzonderheden/gegevens over speciale onderwerpen. Wees gewaarschuwd. Zonder de mentat overlappings-integratie, kan je ondergaan in het Babel-probleem; dat is het etiket dat we hebben gegeven aan het alom aanwezige gevaar van het maken van verkeerde combinaties uit juiste gegevens.

Het Handboek Mentat

A

Het geluid van twee soorten weefsel die langs elkaar schuurden maakte Leto scherp oplettend. Hij verbaasde zich erover dat hij zijn gevoeligheid zo had weten op te voeren dat hij de weefsels kon benoemen aan het geluid dat ze maakten: dit was een Vrijmanse mantel die langs het grove weefsel van een deurgordijn schuurde. Hij wendde zich in de richting van het geluid. Het kwam uit de gang waardoor Namri enkele minuten eerder was verdwenen. Terwijl Leto zich omdraaide, zag hij de man binnenkomen die hem gevangen hield. Het was dezelfde man die hem gevangen genomen had: dezelfde donkere reep huid boven het stilpakmasker, dezelfde doordringende ogen. De man stak een hand uit naar zijn masker, trok de vangbuis uit zijn neus, liet het masker zakken en gooide tegelijk zijn kap achterover. Zelfs nog voor hij het litteken van de inktrank op 's mans kin zag, herkende Leto hem al. De herkenning was een afgerond geheel in zijn bewustzijn en het zoeken naar bevestigende details kwam pas later. Er was geen vergissing mogelijk, deze menselijke stoomwals, deze krijger-minstreel, was Gurney Halleck!

Leto balde zijn handen tot vuisten, even overweldigd door de schok van de herkenning. Geen Atreides-dienstknecht was ooit trouwer geweest. Geen was er beter in het pantsergevecht. Hij was Pauls vertrouweling en leermeester geweest.

Hij was de dienaar van Vrouwe Jessica.

A

Al deze gedachten en nog meer kolkten door Leto's hoofd. Gurney hield hem gevangen. Gurney en Namri hadden beiden deel aan deze samenzwering. En Jessica had er met hen de hand in.

'Ik neem aan dat je kennis hebt gemaakt met onze Namri,' zei Halleck. 'Je kunt hem maar beter geloven, jongeheer. Hij heeft A(c)A(c)n functie, en ook niet meer dan A(c)A(c)n functie. Hij is degene die in staat is je te doden zo dat nodig mocht blijken.'

Leto antwoordde automatisch met de stem van zijn vader: 'Je bent dus naar mijn vijanden overgelopen, Gurney! Ik had gedacht data'

'Die duivelskunstjes hoef je bij mij niet te proberen, jongen,' zei Halleck. 'Ik ben er ongevoelig voor. Ik handel in opdracht van je grootmoeder. Jouw opvoeding is tot in de kleinste kleinigheid geregeld. Zij heeft ook mijn keus van Namri goedgekeurd. En hoewel wat nu gaat komen misschien erg pijnlijk is, gebeurt het toch op haar bevel.'

'En wat beveelt zij ?'

Halleck haalde een hand uit een plooi van zijn mantel en onthulde een Vrijmanse injectiespuit, primitief maar doeltreffend. De doorzichtige buis ervan was gevuld met een blauwe vloeistof.

Leto schoof achteruit over de bank, maar werd tegengehouden door de rotswand. Op het moment dat hij zich verroerde, stapte Namri naar binnen en hij ging met zijn hand op zijn krysmes naast Halleck staan. Samen dekten ze de enige uitgang af.

*Ik zie dat je de specie-essence hebt herkend,' zei Halleck. 'Je moet de wormtocht maken, knaap. Je moet er doorheen. Anders zou wat je vader durfde en jij niet durfde, je hele leven lang boven je hoofd blijven hangen.'

Leto schudde woordeloos zijn hoofd. Dit was het ding waarvan Ghanima en hij wisten dat het hen kon overweldigen. Gurney was een stomme idioot! Hoe kon Jessica... Leto voelde de aanwezigheid van zijn vader in zijn herinneringen. Die golfde zijn geest binnen en probeerde zijn verweer af te breken. Leto wilde krijsen van woede maar kon zijn lippen niet bewegen. Maar dit was het woordeloze iets waar zijn voortijdig ontwaakte bewustzijn het meest bang voor was. Dit was de voorzienige trance, het lezen van een onveranderlijke toekomst met al zijn onwrikbaarheid en zijn verschrikkingen. Jessica kon toch onmogelijk bevolen hebben dat haar kleinzoon zo'n beproeving moest ondergaan. Maar haar aanwezigheid doemde op in zijn gedachten en vervulde hem met argumenten om te berusten. Zelfs de litanie tegen de angst werd hem opgedrongen in een steeds herhaalde dreun: 'Ik moet niet bang zijn. Angst is de moordenaar van het verstand. Angst is een halfdood die volledige vernietiging meebrengt. Ik zal mijn angst onder ogen zien. Ik zal mijn angst over en door me heen laten vloeien. Rn als hij voorbij is...'

Met een vloek die al oud was toen Chaldea nog jong was, probeerde Leto te bewegen, probeerde hij op de twee mannen die zich over hem heen bogen af te springen, maar zijn spieren weigerden hem te gehoorzamen. Alsof hij al in de trance leefde, zag Leto Hallecks hand bewegen, zag hij de spuit naderen. Het licht van een gloeibol viel sprankelend in de blauwe vloeistof. De spuit raakte Leto's linkerarm. Pijn sneed door hem heen en schoot omhoog naar de spieren van zijn nek, zijn hoofd in.

Plotseling zag Leto in het licht van de dageraad voor een primitieve hut een jonge vrouw zitten. Ze zat daar recht tegenover hem en roosterde koffiebonen tot ze rozig bruin waren waarna ze er kardemom en melange bij deed. De stem van een rebec weerklonk van ergens achter zijn rug. De muziek kaatste heen en weer en heen en weer tot het geluid nog steeds weerkaatsend zijn hoofd binnendrong. Het vulde zijn lichaam en hij voelde dat hij groot was, erg groot, helemaal geen kind. En zijn huid was niet van hem. Die ervaring kende hij! Zijn huid was niet van hemzelf. Warmte doorstroomde zijn lichaam. Even plotseling als zijn eerste visioen stond hij nu in het donker. Het was nacht. Uit een schitterend heelal vielen de sterren omlaag als een vonkenregen.

Met een deel van zijn verstand wist hij dat er geen ontkomen aan was, maar hij probeerde zich toch nog te verzetten tot de aanwezigheid van zijn vader zich ermee bemoeide. 'Ik zal je in de trance beschermen. De anderen in je binnenste zullen je niet in beslag nemen.'

Wind deed Leto struikelen, rolde hem sissend om en om, goot stof en zand over hem uit, sneed in zijn armen en zijn gezicht, rafelde zijn kleren en deed de losgescheurde einden van het nu zinloze weefsel flapperen. Maar hij voelde geen pijn en hij zag de sneden weer even vlug genezen als ze verschenen. Nog steeds rolde hij voort met de wind. En zijn huid was niet van hem.

Het zal gebeuren! dacht hij.

Maar de gedachte was ver en kwam tot hem alsof het niet zijn eigen gedachte was, niet echt van hem zelf; evenmin als zijn huid.

Het visioen nam hem helemaal in beslag. Het ontwikkelde zich tot een stereologisch geheugen dat verleden en heden scheidde, toekomst en heden en toekomst en verleden. Elke scheiding vervloeide tot een brandpunt vanuit drie gezichtspunten, dat hij aanvoelde als de multidimensionale reliA

Hij dacht; Tijd is een maatstaf van ruimte, net zoals een afstandsmeter een maatstaf van ruimte is, maar meten bindt ons aan de plaats die we meten.

Hij voelde dat de trance zich verdiepte. Het overkwam hem als een versterking van zijn innerlijke bewustzijn die door zijn zelf-identiteit werd opgeslorpt en waardoor hij zich voelde veranderen. Het was levende Tijd en hij kon er geen seconde van tegenhouden. Flarden van herinneringen, uit toekomst en verleden, overspoelden hem. Maar ze bestonden als een bewegende beeldmontage. Hun onderlinge verhouding onderging een voortdurende dansende verandering. Zijn geheugen was een lens, een stralend zoeklicht dat flarden bescheen en die afzonderde, maar nimmer in staat de onophoudelijke beweging en verandering stil te zetten die zijn gezichtsveld binnengolfde.

Het plan dat Ghanima en hij hadden bedacht, schoof voor het zoeklicht langs en overheerste alles, maar nu joeg het hem angst aan. De werkelijkheid van het visioen was pijnlijk in zijn binnenste aanwezig. De onkritische onvermijdelijkheid deed zijn ego in elkaar krimpen.

En zijn huid was niet van hem! Verleden en heden tuimelden door hem heen en sloegen over de klippen van zijn angst heen. Hij kon ze niet uit elkaar houden. Op een gegeven moment voelde hij zichzelf aan de Butlerse Jihad beginnen, verlangend elke machine die het menselijk bewustzijn imiteerde te vernietigen. Dat moest het verleden zijnaafgelopen en uit. Toch werkten zijn zintuigen razendsnel de hele ervaring af en slorpten ze zelfs de kleinste kleinigheid gretig op. Hij hoorde een kameraad-dominee vanaf een kansel spreken: 'We moeten de machines-die-denken teniet doen. Mensen moeten hun eigen richtlijnen maken. Uit is niet iets dat door machines gedaan kan worden. Redenering is afhankelijk van programmering, niet van apparatuur, en wij zijn het best mogelijke programma!'

Hij hoorde de stem duidelijk en hij kende zijn omgevingaeen enorme houten zaal met donkere ramen. Het licht kwam van knetterende vlammen. En zijn kameraad-dominee zei: 'Onze Jihad is een "wegwerp-programma". Wij gooien de dingen weg die ons als mensen vernietigen!'

En het was in Leto's hoofd dat de spreker vroeger computeroperateur was, iemand die ze kende en onderhield. Maar het tafereel verdween en Ghanima stond voor hem en zei: 'Gurney weet het. Hij heeft het me verteld. Het zijn Duncans woorden en Duncan sprak als mentat. "Vermijd bij goede daden roem; vermijd bij slechte daden zelfbewustzijn.'"

Dat moest toekomst zijnade verre toekomst. Maar hij voelde de werkelijkheid ervan. Het was even hevig als elk verleden van zijn menigvuldigheid aan levens. En hij fluisterde: 'Is dat niet waar, vader?'

Maar de aanwezigheid van zijn vader in zijn binnenste zei waarschuwend: 'Lok geen rampen uit! Je leert nu omgaan met een stroboscopisch bewustzijn. Als je dat niet hebt, zou je jezelf voorbij kunnen hollen, zou je je merkplaats in de Tijd kunnen kwijtraken.'

En het reliAmoment bien heureux, in staat het verleden in de toekomst te zien, heden in verleden en het nu in zowel verleden als toekomst. Het was een opeenhoping van eeuwen die ervaren werd tussen de ene harteklop en de volgende.

Leto's besef dreef vrij rond, zonder objectieve ziel die bewustzijn compenseerde, zonder hindernissen. Namri's 'voorlopige toekomst' bleef licht in zijn geheugen, maar deelde het besef met vele andere toekomsten. En in dit verpletterende besef werd zijn hele verleden, werd elk leven in zijn binnenste zijn eigendom. Met de hulp van de grootste in zijn innerlijk, overheerste hij. Ze waren zijn eigendom.

Hij dacht: Als je een voorwerp van een afstand bekijkt, kan je soms alleen het beginsel ervan zien. Het afstand nemen was hem gelukt en hij kon nu zijn eigen leven zien: het veelvuldige verleden met zijn herinneringen was zijn last, zijn vreugde en zijn onmisbare nood. Maar de wormtocht had een nieuwe dimensie toegevoegd en zijn vader hield niet langer de wacht in zijn binnenste omdat dat niet langer nodig was. Leto zag duidelijk door de afstanden heenaverleden en heden. En het verleden bood hem een uiterst verre voorvader aanaeen die Haroem werd genoemd en zonder wie de verre toekomst niet zou bestaan. Deze duidelijke afstanden verschaften nieuwe uitgangspunten, nieuwe dimensies van gezamenlijkheid. Welk leven hij nu koos, hij zou het uitleven in een zelfstandige sfeer van menigvuldige ervaring, een pad van levens dat zo ingewikkeld was dat je in A(c)A(c)n enkel mensenleven de generaties daarvan niet zou kunnen tellen. Als deze massale ervaring was gewekt, bezat hij de macht zijn zelf ondergeschikt te maken. Hij kon zijn stempel drukken op een individu, een natie, een maatschappij of een hele beschaving. Dat was natuurlijk ook de reden waarom aan Gurney geleerd was bang voor hem te zijn; waarom het mes van Namri wachtte. Ze mochten deze macht in zijn binnenste niet zien. Niemand kon die ooit in zijn geheel aanschouwenazelfs Ghanima niet.

Na enige tijd ging Leto zitten en hij zag dat alleen Namri nog zat te wachten.

Met een oude stem zei Leto: 'Er is niet een bepaalde verzameling beperkingen voor alle mensen. Algemene voorzienigheid is een lege mythe. Alleen de meest krachtige plaatselijke Tijdstromen kunnen voorspeld worden. Maar in een oneindig heelal kan plaatselijk zo reusachtig groot zijn dat je verstand ervoor terugdeinst.'

Namri schudde zijn hoofd omdat hij het niet begreep.

'Waar is Gurney?' vroeg Leto.

'Hij is weggegaan opdat hij niet hoefde te zien hoe ik jou doodde.'

'Zul je me doden, Namri?' Het was bijna een smeekbede aan de man om het te doen.

Namri haalde zijn hand van zijn mes. 'Omdat je me vraagt het te doen, doe ik het niet. Maar als het je onverschillig had gelaten...'

'De kwaal der onverschilligheid vernietigt heel wat,' zei Leto. Hij knikte in zichzelf. 'Ja... zelfs beschavingen gaan eraan ten onder. Het lijkt wel of dat de prijs is die verlangd wordt voor het bereiken van nieuwe niveaus van ingewikkeldheid of bewuste waarneming.' Hij keek op naar Namri. 'Ze hebben je dus opgedragen naar onverschilligheid in mij te speuren?' En hij zag dat Namri meer dan een doder wasaNamri was sluw.

'Als teken van ongebreidelde macht,' zei Namri, maar het was een leugen.

'Onverschillige macht, ja.' Leto ging rechtop zitten en zuchtte diep. 'Het leven van mijn vader bezat geen grootse moraal, Namri; het had alleen een plaatselijke valkuil die hij eigenhandig groef.'

Kinderen van Duin
titlepage.xhtml
Kinderen van Duin_split_000.htm
Kinderen van Duin_split_001.htm
Kinderen van Duin_split_002.htm
Kinderen van Duin_split_003.htm
Kinderen van Duin_split_004.htm
Kinderen van Duin_split_005.htm
Kinderen van Duin_split_006.htm
Kinderen van Duin_split_007.htm
Kinderen van Duin_split_008.htm
Kinderen van Duin_split_009.htm
Kinderen van Duin_split_010.htm
Kinderen van Duin_split_011.htm
Kinderen van Duin_split_012.htm
Kinderen van Duin_split_013.htm
Kinderen van Duin_split_014.htm
Kinderen van Duin_split_015.htm
Kinderen van Duin_split_016.htm
Kinderen van Duin_split_017.htm
Kinderen van Duin_split_018.htm
Kinderen van Duin_split_019.htm
Kinderen van Duin_split_020.htm
Kinderen van Duin_split_021.htm
Kinderen van Duin_split_022.htm
Kinderen van Duin_split_023.htm
Kinderen van Duin_split_024.htm
Kinderen van Duin_split_025.htm
Kinderen van Duin_split_026.htm
Kinderen van Duin_split_027.htm
Kinderen van Duin_split_028.htm
Kinderen van Duin_split_029.htm
Kinderen van Duin_split_030.htm
Kinderen van Duin_split_031.htm
Kinderen van Duin_split_032.htm
Kinderen van Duin_split_033.htm
Kinderen van Duin_split_034.htm
Kinderen van Duin_split_035.htm
Kinderen van Duin_split_036.htm
Kinderen van Duin_split_037.htm
Kinderen van Duin_split_038.htm
Kinderen van Duin_split_039.htm
Kinderen van Duin_split_040.htm
Kinderen van Duin_split_041.htm
Kinderen van Duin_split_042.htm
Kinderen van Duin_split_043.htm
Kinderen van Duin_split_044.htm
Kinderen van Duin_split_045.htm
Kinderen van Duin_split_046.htm
Kinderen van Duin_split_047.htm
Kinderen van Duin_split_048.htm
Kinderen van Duin_split_049.htm
Kinderen van Duin_split_050.htm
Kinderen van Duin_split_051.htm
Kinderen van Duin_split_052.htm